13

Cheer Me, Perverts!

Psychoscout

ISMS

The Armstrong Mutations

Trap

Minoes

Larf

Bonk

Live At The Beursschouwburg

 

------------------------------------------------------------------------------

 

13

 

Didier Wijnants - De Morgen, 07/02/13

Peter Vermeersch en FES koketteren met het feit dat ze klinken als een vrolijke, losgeslagen bende. Ze doen dat uitstekend, maar vergis je niet: deze muziek is veel strakker geregisseerd dan je denkt.

< terug naar menu

 

Koen Van Meel - Kwadratuur 12/02/13

Net als de vorige cd’s van de groep is ‘13’ een geheugensteuntje voor muziekliefhebbers die FES als vanzelfsprekendheid dreigen te beschouwen. Wie op geregelde tijdstippen met de klasse van deze groep geconfronteerd wordt, dreigt immers te vergeten hoe uitzonderlijk het orkest is. Na de dertien tracks van ‘13’ is dat gevaar gelukkig weer voor een jaar geweken. Net genoeg om de tijd naar een nieuw album te overbruggen?  

< terug naar menu

 

Karel Van Keymeulen - De Standaard 23/02/13

Bij een nummer van Fes krijg je niet veel tijd om adem te halen. Vermeersch houdt van een stevige taart met slagroom, er gebeurt altijd iets, achter elke hoek schuilt een verrassing. De tocht leidt van circusachtige Nino Rota¬klanken, via de ballroom naar het cabaret, duikt in rokerige jazzkroegen, passeert via de serieuze concertzaal en hengelt naar dreigende en majestueuze filmbeelden.

< terug naar menu

 

Jan Granlie - Jazznyt 25/02/13

Over het algemeen is dit een fe(e)s(t) van voor naar achter van de blije Belgen. Het is circus, theater, bigbandjazz die infernaal swingt, cabaret en een beetje vrije jazz, en het geheel is verschrikkelijk grappig van start tot eind. De band bestaat uit schitterende muzikanten die zich helemaal bewijzen. Dit is gewoonweg een verschrikkelijk grappige plaat!

< terug naar menu

 

------------------

 

Cheer Me, Perverts!

 

Didier Wijnants - De Morgen, 05/05/09

De productie van Flat Earth Society ligt misschien te hoog om alles van nabij te volgen, maar deze ‘Cheer Me, Perverts!, is een verplichte halte, want misschien wel het beste wat de Gentse big band al maakte. Niet dat peter Vermeersch een grote bocht maakte. Zijn composities en zijn orkest klinken nog altijd als een mengeling van circusmuziek en jazz die voor vermaak en vreugde graag eens door de pootjes zakt. Het verschil met sommige vorige producties is dat de gespeelde nonchalance hier minder functioneert als een maskerade. Vermeersch heeft hard gewerkt aan de consistentie van het repertoire, zodat deze plaat moeiteloos meerdere beluisteringen doorstaat. Zoals gewoonlijk plakt Vemeersch graag verschillende thema’s aan elkaar, zodat een soort collage ontstaat met flink wat bochtenwerk. Maar vooral in de arrangementen is gezorgd voor subtiele variatie zodat het verhaal nooit stilvalt. Luister vooral naar ‘Kotopoulopology’ en ‘Bad Linen’, de twee uitschieters. Technisch is deze groep misschien niet het neusje van de zalm, maar het is wel een echte groep, veel meer dan de optelsom van vijftien muzikanten.

< terug naar menu

 

GEORKESTREERDE CHAOS
Koen Graat - Jazzmagazine, NL

Sinds de oprichting halverwege de jaren negentig is het Vlaamse Flat Earth Society één van de meeste originele en authentieke bigbands van de Benelux. Daar waar de meeste jazzorkesten uitblinken in voorspelbaarheid doet het collectief van componist/klarinettist Peter Vermeersch juist het tegenovergestelde. Ook het nieuwe album Cheer Me, Perverts! is daar weer een overtuigend bewijs van. Van het Zappa-eske openingsnummer Vole Sperm Reverie tot het opzwepende Kotopoulopology, dat met allerlei oosterse klanken wat doet denken aan de Acoustic Masada van John Zorn, Flat Earth Society maakt er een duizelingwekkende muzikale ?roller coaster ride? van. Cheer Me, Perverts! is intussen al weer het achtste album van de groep en de opvolger van de ijzersterke cd Psychoscout uit 2006. In de tussentijd verscheen ook nog de dvd Die Austernprinzessin, de film uit 1919 van Ernst Lubitsch waarbij Vermeersch een nieuwe, en bij vlagen hilarische, filmscore schreef. Ook de georkestreerde chaos op Cheer Me, Perverts! bevat weer een aantal staaltjes van het compositorische vernuft dat het idioom van Flat Earth Society zo eigenzinnig en opwindend maakt.

< terug naar menu

 

Will Metcalfe - Bearded magazine.co.uk, 24/06/09

Cheer Me, Perverts! is an anagram of Flat Earth Society’s Peter Vermeersch – clarinetist and bandleader of Belgium’s Flat Earth Society. The 14-piece jazz ensemble play music like few others; with both feet planted firmly in the avant-garde, Vermeersch and co. engage the listener in a dual, move or be moved almost. The ten tracks that comprise this, their ninth record veer from circular insanity towards a hypnotic anarchy.
‘Mutt’ is a broken circus chime – a writhing, spiralling eight-minute exploration of the broken, the demented and the plain wrong. One moment it’s hell on a saxophone and the next Vermeersch breaks through all calming and doe eyed; you might think you know bizarre but it seems Flat Earth Society are here to convince you otherwise. Cheer Me, Perverts! is a record swimming with joy – ‘Bad Linen’ is chaotic, punctuated with wayward sax and unruly percussion before melting down into yet another carnival anti-theme.
The surrealism of the record is not limited to the music – opener ‘Vole Sperm Reverie’ boasts perhaps the strangest title of the year and leads off with a blustering guitar line before the band kick in with the most cacophonous of choruses. Combining traditional jazz sounds with a more exploratory, roving element that brings the band dangerously close to the realms of Mr. Scruff and Captain Beefheart.
Flat Earth Society are a band that fail to acknowledge genre for the best.

< terug naar menu

 

Alam Magazine, juni 2009

This vibrant, upbeat big-band jazz ensemble entwines circus, burlesque, lounge, and Cirque du Soleil sounds in its quirky mix — one that counts on 23 regular members.
The title of this second album for Crammed Discs is an anagram of the group’s leader, Belgian composer/clarinetist Peter Vermeersch.  It’s a fitting title for an album that sounds joyous and debauched — an album that should vie for best jazz disc of 2009.

< terug naar menu

 

Matt Evans - Rock-a-Rolla, May/June 2009

Something about Belgium inspires its citizens to gather in large numbers to form rollickingly great high-energy genre-splicing big-band ensembles. Think of One, Galatasaray, and Flat Earth Society, to name but three. FES comprises 14 brash, super-talented instrumentalists in the thrall of composer/clarinettist Peter Vermeersch. Their ninth album rewires the big-band idiom with a severely swinging math-meets-jazz sensibility, exuberant dramatic flair and an awe-inspiring sense of harnessed chaos. At speed , FES are unassailable – take opener ‘Vole Sperm Reverie’, a lost cop theme powered by grimy gumshoe-funk horns, or the rampaging ‘Flatology’, which splices hard-bop velocity with Monk-style melodic tangents. Yet even the sedate tunes seethe with barely contained energy – indeed the brittle melodies of ‘Too Sublime in Sin’ shatter under the strain, unleashing diabolical discordant forces. Big, boisterous and brassy, Cheer Me, Perverts!, is as slinky as sleazy as it gets, and offers more thrills per second than surfing on a lava flow with an angry baboon stuffed in your trews.

< terug naar menu

 

Johan Vandendriessche - www.soundslike.be, 29/05/2009

Flat Earth Society is het geesteskind van Peter Vermeersch, de Belgische klarinettist-componist die o.m. voor realisaties van choreografen Anne Theresa De Keersmaeker en Wim Vandekeybus, en voor ensembles als Arditti Quartet, Quadro Quartet, Smith Quartet en Ensemble Musique Nouvelle muziek componeerde, en zelf speelde met Union, Fred Frith, Jazzwork, The Simpletons, en lid was van X-Legged Sally en Maximalist! Met Flat Earth Society (afgekort: FES) combineert hij muzikale krachtlijnen van ensembles als Willem Breuker Kollektief, Sun Ra Arkestra, (John Zorn's) Naked City en een beetje Carla Bley Big Band, met die van muziek van Frank Zappa, Nino Rota, John Barry, Igor Stravinsky, en Captain Beefheart. Resultaat: Europese, eclectische stadsmuziek (urban music), waarin hedendaagse klassieke muziek, kermismuziek/muzikale pastiche, filmmuziek, freejazz, onder stroom staande bebop, rock, en noem maar op gecombineerd worden. Vermeersch, die er zeker niet om bekend staat een fervente jazzer te zijn, heeft zich geleidelijk aan met dit ensemble wat meer in een jazzhoek geplaatst, wat ook mogelijkheden opent naar optredens op jazzfestivals in België, Nederland, Frankrijk, enz. Hij wordt bijgestaan door trompettisten Luc van Lieshout (van Tuxedomoon) en artistieke duizendpoot Bart Maris, toetsenist Peter Vandenberghe, bassist Kristof Roseeuw, trombonisten Marc Meeuwissen en Stefaan Blancke, tubiste Berlinde Deman, drummer Teun Verbruggen (van o.m. Jef Neve Trio; wat een drummer!), rietenblazers Tom Wouters, Michel Mast, Bruno Vansina en Benjamin Boutreur, gitarist Pierre Vervloesem, en accordeonist/toetsenist Wim Willaert. FES is zeker geen klassieke bigband, maar zet zich tussen een echte bigband, een ensemble voor hedendaagse muziek, en een ensemble dat een zot geworden fanfare op speed uitbeeldt/is. Met de inbreng van de compositie "Smoke On Fire. The Kingdom Is Burning" van pianist Peter Vandenberghe, komt er een meer impressionistisch, hier en daar misschien wat meer aan een vroegere Gil Evans refererend moment, dat enerzijds wat abstracter overkomt, en anderzijds voor liefhebbers van moderne jazz wat meer aanspreekt. De bij FES/Peter Vermeersch af en toe en mettertijd ietwat procédématig voorkomende zottefanfarefragmenten krijgen ook met de vroeg-Ellingtoniaanse Charly Shavers-compositie "Dawn On The Desert" weer een gesmaakt artistiek tegengewicht. “Mutt” maakt schijnbaar ook gebruik van collageprocédé's, en is –mede door het hyperkinetische drumwerk van Teun Verbruggen)- een van de nog sterkere nummers; hier blijkt ook de artistieke inbreng van Pierre Vervloesem, die hier naast de gitaar ook de knoppen hanteert. FES is een sterk muzikantencollektief, brengt met 'Cheer Me, Perverts' een knappe cd, maar -en dit is puur persoonlijk- wat meer soul (in de brede betekenis van het woord) zou geen kwaad kunnen. Anderzijds kan men natuurlijk zeggen: FES heeft een eigen identiteit, en dat is belangrijker dan om het even welke persoonlijke mening. Pluimpje ook voor de fotografie en de lay-out van knap gemaakte cd-hoes.

< terug naar menu

 

Simon Chandler - www.experimusic.com, 25/05/09
Unlike with politicians, who are often compelled to step down if they even hint at possessing sexual organs, it’s very easy for us to forgive musicians and artists for their personal failings and eccentricities. We forgive Morrissey for being a pleasure-hating misanthrope, we forgive Salvador Dalí for referring to himself in the third person and stealing the pen of anyone who asked for his autograph, and we forgive Frank Zappa for naming his children Moon Unit, Dweezil, Ahmet Rodan and Diva (hopefully none of them work in the building trade). And now we should also reserve some forgiveness for Belgium’s Flat Earth Society, because even though their name seems to suggest a risible belief in the world being flat rather than spherical (or is that ellipsoidal now?), the eccentric, vibrant and often intense jazz on their new long player, ‘Cheer Me, Perverts!’, is more than enough to compensate for any antiquated notion they might hold.
An anagram for the name of clarinettist and band leader Peter Vermeersch, ‘Cheer Me, Perverts!’ is Flat Earth Society’s sixth album, and as the name implies the Flemish group aren’t without an off-kilter sense of humour and play. ‘Vole Sperm Reverie’ escapes from the asylum with twangy, gumball guitars and mischievous, wayward trumpets, modulating at the drop of a hat and generally wrecking the place in a fit of free-spirited energy. But as soon as ‘Rearm, Get That Char!’ enters the scene with its jumpily syncopated rhythms and scenic melange of continental horns and keys, it quickly becomes apparent that FES aren’t one-trick ponies by any stretch of the imagination. They know how to mix mood, setting and pace, regularly doing so within the breadth of one song, and their sometimes patient, sometimes impetuous progressions make for a constantly engaging run of 10 tracks. Witness ‘Blind Inside’: this piece begins in an atmosphere of suffocating tension and drama, its descending piano and menacing spaghetti-western guitar bringing to mind a standoff at dawn between two desperados, before reaching a fever pitch that finds release in an unexpectedly bright and breezy yet still kinetic jaunt through manic flutes and ambrosial vibraphones.
And things actually get better in the second half of the album, with FES stepping up both the intensity and the ingenuity. Track 6, ‘Too Sublime in Sin,’ is a slab of elegantly plaintive midnight jazz severed in half by a jarring rumble of symbols and squawks, a rumble which sees all hell break loose in a joyous riot of uncontainable sax and trombone riffs before reverting to the piece’s original sleepiness. But it’s not just the sequencing of parts that makes ‘Cheer Me, Perverts!’ such an exciting listen. The parts themselves, in particular the sympathetic, dynamic interplay between band members, are just as worthy of praise, often being colourfully multi-layered, tunefully memorable, and full of challenging meter changes. Nowhere is this more apparent than on ‘Flatology,’ which sees the band reach full flight in a whirlwind of effervescent swing licks and erratic free-jazz sections. Here FES flit to and from an air of celebration to emergency as they steadily build momentum towards the song’s peppy finale, and for all their frantic avant-gardisms it’s a highly cohesive and infectious piece of big band jazz.
That’s the beauty of ‘Cheer Me, Perverts!’ Not only does it marry experimental zest and accessible harmony, but it does so with more success and panache than anyone would’ve thought feasible. And for that Flat Earth Society should be revered as one of the best jazz bands around at the moment. Just don’t go anywhere near their science of Flatology. That is unless you possess the artistic talent to magically exonerate you of your weirdness.

< terug naar menu

 

Sharon O’Connell - Time Out, 21/05/09

Bad Linen, track from Crammed Discs LP, ‘Cheer Me, Perverts!.

 

We picked this track for the sole purpose of repeating the post 9/11-joke about the SWAT team hiding out in John Lewis’s homeware department. They were looking for Bin Laden. Boom boom. Moving swiftly on… this is a brilliant piece of avant big-band (14-piece) jazz-funk – bold, brassy, bonkers ans very likely beloved by both Barry Adamson and Matthew Herbert.

< terug naar menu

 

Flat Earthers hurl themselves over the edge

(Sid Smith - bbc.co.uk, 18/05/2009)

You get a lot of bang for you buck with the sixth album released by Belgium's Flat Earth Society. A cavalcade of extrovert performances erupt from this 14-piece group boasting tuba, trombone, trumpet, clarinet, euphonium, various saxes, keyboards, accordion, electric guitar and a riotous rhythm section in its line-up.

The intriguing album title comes from an anagram of the name of group leader Peter Vermeersch and he guides his top-notch players through the same anarchic territory as their last release, Psychoscout (2006), like some wild-eyed pied piper.

Recalling the madcap ensemble tendencies of Loose Tubes or the wry flourishes of Kurt Weill arranged for a Burlesque house band, every piece shines with exuberant, provocative charts.

Themes and variations jump out on top of each in a series of frenetic cat and mouse ambushes with the intricately scripted cartoonish violence of one of Scott Bradley's more fantastical Tom & Jerry scores.

Occasionally Vermeersch dials down the mayhem long enough to allow moments of exquisite sensitivity to be revealed, allowing the listener to pause for breath. Yet too often these are swamped in an avalanche of blaring horns and instrumental comedy routines.

This is a pity because whilst you can't fault the overall playing and inventive air, the hyperactive mania of the arrangements provokes a certain fatigue after a while. Nevertheless big, bold and frequently not so much zany as just plain daft, full marks for the full-on gusto with which these Flat Earthers hurl themselves over the edge.

< terug naar menu

 

Big bang reinvention for big band swing

(Ian Shirley - Record collector, 15/05/09)
Stuart Nicholson’s book Is Jazz Dead? explores the genre from a modern perspective. Two fascinating chapters deal with the Stalinist revisionism of the Wynton Marsalis-led Lincoln Centre jazz programme, which celebrated the old at the expense of the new. Ellington and Basie’s big band music was reproduced, rather then played with the panache and inventive spirit of the originals.
Belgium’s Flat Earth Society would be spurned by the Lincoln Centre, as they turn the big band on its head, shuffling musical genres like a pack of cards. Opening track Vole Sperm Reverie sounds like a TV talk show theme overloaded with musical steroids, while Rearm, Get That Char! sounds like Monk rearranged by John Zorn and Hal Wilmer, with Miles Davis’ 70s wah wah trumpet. Smoke On Fire is a wonderful eight-minute suite that starts with a low bassoon prowl and ends up sounding like the Basie Band playing as they slip off the deck of the Titanic and into the sea; Mutt is a pendulum of pure joy. An album worth acquiring for lovers of jazz, experimental music and anything that swings like the devil.

 

Maartje Den Breejen - Het Parool, 06/05/09

Als je mensen in je omgeving tien jaar geleden vroeg naar Nederlandse bigbands met een opwindend hedendaags repertoire, kwam het antwoord negen van de tien keer niet verder dan het New Cool Collective.

Dat is tegenwoordig wel anders. Mede dankzij het pionierswerk van datzelfde New Cool Collective schieten de bigbands als paddenstoelen uit de grond. De bigband was vorig jaar naast 'vocalen' zelfs een thema op het North Sea Jazz.

In één maand zijn drie albums van relatief jonge bigbands verschenen. Van New Generation Big Band verscheen Shoot. Het Scallymatic Orchestra kwam met het debuutalbum Annie get your gun. En dan verscheen in buurland België nog het album Cheer me, perverts! van de Flat Earth Society.

De bands hebben alledrie hun eigen herkenbare geluid. Verreweg het strakst speelt de New Generation Big Band, met een funky, opzwepend repertoire dat de boxen uitknalt.

Het Scallymatic Orchestra kiest in zijn arrangementen voor een soulvollere benadering, met vaak een belangrijke rol voor Fender Rhodes en vocalen.

De Flat Earth Society is niet per se het beste, maar wel het gekste, origineelste en theatraalste orkest. Swing kan zomaar omslaan in heavy metal, een ballad eindigt plotseling in psychedelische freejazz.

< terug naar menu

 

Andre de Waal - Platomania, 04/05/09

Frank Zappa is alweer meer dan 15 jaar geleden van ons heengegaan maar de muziek van het genie leeft nog immer voor, ofwel letterlijk door allerhande tributebands, ofwel ‘in de geest van’, zoals bij de Flat Earth Society. Dat begint al bij de albumtitel dat een anagram is van voorman Peter Vermeersch, maar het is vooral de muziek van het Belgische gezelschap die onmiddellijk associaties oproept aan de blaaspoeperorkesten die Zappa veelvuldig inzette. Gecompliceerde jazzy songs met veel breaks die ondanks of misschien wel dankzij alle blazers toch prettig wegluisteren, het is bepaald geen muziek voor beginners. Zappa-fans zullen ongetwijfeld goed uit de voeten kunnen met hetgeen wordt geboden op Cheer Me, Perverts! maar ook de avontuurlijke jazzliefhebber moet maar ’s een gokje wagen.

< terug naar menu

 

Jan Willem Broek - www.subjectivisten.nl, 22/04/09

Bonk, larf, Minoes, trap, the Armstrong Mutations, isms en psychoscout. Nee ik ben niet knettergek aan het worden of aan het vrijdichten, het zijn allemaal albumtitels van het enigmatische Belgische ensemble Flat Earth Society. De Big Band geniet wereldfaam met hun vrije, wilde en kleurrijke jazz. Isms wordt zelfs op het Ipecac label van Mike Patton uitgebracht. Voor hun nieuwste cd hebben ze de naam van kopman, componist en klarinettist Peter Vermeersch even flink gehusseld waardoor de titel Cheer Me, Perverts! ontstaat, uitgebracht op het kwaliteitslabel Crammed. Hierop staan ze weer met 15 man sterk te blazen, tokkelen, strijken, toetsen en percuteren. Maar met name de vele blazers hebben hier stevig de touwtjes in handen. Ze maken een zeer energieke, steeds verrassende mix van jazz met rock- en avant-garde-elementen. De ene keer werkt dat biologerend en tot de verbeelding sprekend, de andere keren weten ze te intrigeren en imponeren met kakofonisch en improvisatorische krachttoeren. Een enkele keer brengen ze ook op adembenemende wijze nachtelijk verstilde stukken ten gehore, waarbij je even kunt uitblazen van de heerlijke hectiek ervoor. De traditionele jazz laten ze ver achter zich en maken hier veeleer een gevarieerd en bewonderenswaardig luisteravontuur van. Cheers jongens!

< terug naar menu

 

Koen Van Meel - Kwadratuur, 16/04/09

Een nieuwe plaat van de Flat Earth Society die klinkt als een echte FES-plaat, betekent dat more of the same? Ja, maar hier ook meer én beter. Meer dan ooit klinkt het vijftienkoppige orkest onder leiding van Peter Vermeersch als een bigband die er geen is. De muzikale kwaliteit en discipline van de grote jazzorkesten vindt op 'Cheer Me, Perverts!' haar weg naar een universum waarin de band weinig collega's, laat staan concurrenten heeft.

Funky grooves, wisselende thema's in de traditie van Frank Zappa ('Rearm,Get That Char!'), een dreunende wals, jazz uit oude zwart-witfilms, de groepsgeest van een Balkanband en hier en daar een klein streepje elektronica: het parcours van FES zit nog steeds vol bochten en hellingen. Toch zet het album 'Cheer Me, Perverts!' de evolutie voort waarbij het zuiver eclectische en de gekte (niet de humor of het dubbelzinnige) die er vaak mee samenhangt steeds meer ten dienste van de muziek staan. De verschillende stijlen en de humor worden hier beter dan ooit geïntegreerd in een heel eigen geluid. Het orkest klinkt hechter en de composties waren nog nooit zo doordacht. De balans tussen compositie en improvisatie is heel stabiel: solistische passages passen beter in het geheel en worden goed omkaderd door het arrangement. In deze arrangementen laat Vermeersch horen dat hij oor heeft voor de individuele kleur van instrumenten. Bovendien kiest hij meer dan eens voor een gelaagde opbouw, waardoor de stukken niet alleen blijven boeien, maar ook extra stevig op hun poten staan.

Een voorbeeld van hoe uitgewerkt de stukken op deze plaat kunnen zijn, is 'Bad Linen' waarbij elke solist een andere begeleiding meekrijgt. Door het gebruik van verschillende thema's, grooves en instrumentkleuren klinkt deze compositie als een ontmoeting van het exotische van Ravels 'Bolero', funk, jungledrums en bigbandblazers. Vermeersch weet deze verschillende invloeden tot een organisch en logisch geheel te smeden, waarbij contrasten niet nodig zijn om de aandacht van de luisteraar vast te houden. Wanneer de extremen dan wel opgezocht worden, is het effect maximaal. Zo opent 'Too Sublime in Sin' traag, breed en met een weemoedige ondertoon à la Antony and the Johnsons. Wanneer het hele orkest in blok binnenvalt, wordt het roer bruusk omgegooid: eerst in korte, knallende stoten, later in een pompend ensemblespel. Het resultaat is een ontlading die perfect gekanaliseerd wordt en die menig concertganger zal uitnodigen om de stoelen uit de vloer te sleuren.

Het muzikale vocabularium van FES is indrukwekkend en gevarieerd, waardoor een breed publiek aangesproken kan worden. Wat daarbij eerbetoon is en wat parodie is bij momenten erg vaag. Dat is op deze plaat niet anders, zeker wanneer er uit het klassiek vaatje van de jazz getapt wordt. In 'Flatology' – met een ontketende Teun Verbruggen – knipogen Vermeersch en FES zowel naar de klassieke bigbandstijl als naar swingjazz. Of de springerige melodie daarbij een grijns of een milde glimlach wil zijn, is niet helemaal duidelijk, maar net deze onduidelijkheid is een van de dingen die van FES een uniek orkest maken. En van 'Cheer Me, Perverts!' een hoogtepunt in hun oeuvre.

< terug naar menu

 

United Mutations blog

"Cheer Me, Perverts" (an anagram for Peter Vermeersch) is the latest Flat Earth Society album. This is big band music like you 've never heard before (not counting the previous FES albums). Up-tempo, hyperkinetic, angular and funny melody lines and rhythms are mixed into 10 impressive compositions.
The band has a very rich and colourful sound. The solos are superb and fit in perfectly with the compositions. This is music at its best.
Frank Zappa, Raymond Scott, the Sun Ra Arkestra, … you name it. They're all in there somewhere. This latest FES album is essential listening. But then again, we wouldn't expect less. I want to see cartoons that use this music !!

< terug naar menu

 

Jan Granli, Jazznyt (No)

Iets wat typisch is voor de Europese Jazz hedentendage, is dat vele collectieven ontstaan, of grotere ensembles, die niet zo groot zijn eigenlijk maar die zich bigband noemen, hoewel ze niet groter zijn de een normaal, traditioneel jazzensemble.

Onlangs hebben we de fantastische band Andy Emler MegaOctet gehoord op het Voss Jazz Festival en nu verschijnt de Belgische Flat Earth Society ten tonele.

De band krijgt de zegen van het alternatieve label Crammed Pigs in hun thuisland, wat kan wijzen op een zekere populariteit en de mogelijkheid de band ook aan het werk te zien buiten de grenzen van hun kleine vreemde land in het midden van de (al even merkwaardig) Europese Unie.

De titel "Cheer Me, perverts!" kan men interpreteren als een reactie op de politieke situatie in hun thuisland de laatste jaren – of als de houding van de band tegenover de buitenwereld in het algemeen.

De waarheid is echter dat de titel een anagram is voor Main Man van de band, klarinetist en componist Peter Vermeersch.

De naam Flat Eart Society ontleenden ze aan een gelijknamige organisatie – de Internationale Flat Earth Society, die beweert dat de aarde plat is! Deze groepering werd opgericht in 1956 door de Engelsman Samuel Shenton (later bestuurd door Charles K. Johnson)

De band bestaat uit vijftien olijke muzikanten die zich als dolle mannen storten op de composities van Vermeersch. Typisch middeneuropese muziek met knipogen naar rock, freejazz, hardbop enz, gespeeld met enthousiasme, technische onderlegdheid en een reeks perfecte ensembles en solo’s die inslaan als een bom. Het is ongetwijfeld zo dat de Flat Eart Society – tot nu toe- een van de grootste verrassingen is dit jaar in de muziekbranche.

Tijdens de zomermaanden maken zee en tournee door Europa, dus als u hun naam in een advertentie of op een affiche ziet tijdens uw vakantie, is het tijd om actie te ondernemen en een concert bij te wonen. Ik verzeker u alvast een verfrissend, muzikale ervaring. Hiervoor wordt dubbel en dik gezorgd.

< terug naar menu

 

------------------

 

Psychoscout

 

DOWNBEAT HOTBOX - John Corbett: The '90s downtown New York esthetic and mutated. Flat Earth Society, hailing from belgium, has every bit of the circusy, genre-jumping, soundtrack-esque, Raymond Scott-like, smirky moodiness that characterizes the Knitting Factory diaspora. Where that sound can sometimes turn snarky and sarcastic, the group wisely remains earnest and open, though they are sometimes too clever for unqualified endorsement.
The 14-strong band, weighted toward lower horns and brass, is punchy and dynamic, playfully romping through clarinetist/leader Peter Vermeersch's charts. With a big sound and juicy arrangements, they're stacked with able improvisers, perfectly exemplified on “In Between Rivers”, which breaks down from the huge orchestral sound to an intimate trumpet/drum duet. On “Withhout,” the intimacy happens –this time jittery free play from drums and trombone– in the company of a sedate composed part for piano and band. Drummer Teun Verbruggen deserves special mention for his wide ranging abilities, even if he does cop mercilessly from New York drummer Jim Black on Uri Caine's “Snaggletooth.”
The band breaks from raucous shenanigans a couple of times, including the short vibes feature “Lie To Me” and a less successful vocal forary for Roland Vancampenhout, whose delivery on “Hilton's Heaven” shows an aspiration to capture something of Tom Waits that's too close and, at the same time, way off mark. Vancampenhout's hyped up guitar cameo on “Edward, Why Don't You Play Some Blues” also fails to impress. The band is better when it sticks to its comfort zone, like the intricate cartoonish parts on the title track, which is in 9/8 time.

< terug naar menu

 

www.allaboutjazz.com - Nic Jones: Sit up and listen. Flat Earth Society is a big band with the integrity of a magpie, in the sense that it goes for the shiniest elements of a cultural outlook that takes in a kind of homage to Kurt Weill, incidental music for old TV detective series, and perhaps a touch of Henry Cow at its most formal. All that makes for listening that could have you laughing out loud or wondering happily over the sheer bravura of it all. Catch an earful of “Clusterthing,” featuring a riff ponderous enough to make a stampede of elephants seem fleet of foot by comparison, and traces of such formidable complexity that they should only be listened to whilst grinning maniacally. You might just find your outlook on life is transformed in an entirely positive way. By comparison, “Hilton's Heaven” is an exercise in dark restraint in which deft keyboard touches serve notice of how this band has mastered colour, shedding some light upon the twilit ambience; Roland Vancampennout's vocal sounds like a Belgian J.J. Cale.
When it comes down to it, this is a big band whose music effectively sidesteps the common discussion of the respective merits of sections and soloists. That said, Marc Meeuwissen's trombone on the title track is an embodiment of the bawdy, whilst Bruno Vansina's baritone sax on the oddly named “Lax” blows up the kind of vertiginous storm that's likely to have those of nervous disposition running for cover.
Even greater credit must go to clarinettist Peter Vermeersch and keyboardist Peter Vandenberghe, however, as their compositions make up the programme on Psychoscout—and only rarely in recent times has such coherence between compositional framework and musicianship been acheived. To call it “Ellingtonian” might be both apt and unhelpful, but it doesn't alter the fact that this disc ought to be figuring in those end of year lists, if there's any justice in the world.

< terug naar menu

 

www.allmusic.com - Sean Westergaard: Flat  Earth Society has been making some great, adventurous big-band music for almost a decade, but they're only starting to gain attention outside their native Belgium. Mike Patton helped raise their profile by releasing Isms, a collection taken from their previous four  releases, but Psychoscout is their first album of new material to be released worldwide. Leader Peter Vermeersch's compositions share some similarities with Willem  Breuker: episodic writing that moves quickly from theme to theme with a healthy dose of humor, but FES doesn't have the almost slapstick element that Breuker's Kollektief can have. Vermeersch's tunes are highly cinematic, and would be put to good use in an exciting chase scene ("In Between Rivers," "Lax") or a hard-boiled detective flick ("Lie to Me"). The players are all great, with some especially nice piano by Peter Vandenberghe, fiery solos from Benjamin Boutreur on alto, Vermeersch on clarinet, and the addition of organ or synth on some tracks which gives the big band quite a different flavor than most big bands. FES can also bring the energy down and deliver a smoky ballad, with vibraphones adding a nice nocturnal touch on "Lie to Me." "Without" starts with a slow piano figure and some outside horn playing before moving  into a section with spooky keyboards and vibes, and then into a lurching  groove. They really know how to use dynamics to keep the pieces moving, and Vermeersch's horn charts are fantastic. If you thought big band music in the 21st century was confined to repertory bands, think again. Flat Earth Society is a hard-swinging outfit that knows the past but has its eye on the future, and Psychoscout shows that there's a whole lot of life yet in the big band tradition.

< terug naar menu

 

www.allaboutjazz.com - Troy Collins: This Belgian big band has made quite a name for itself on the international underground scene. After touring with Mike Patton's postmodern metal band Fantomas, the group accrued some well deserved notoriety for its boundless spirit and unconventional outlook. While the members of the Flat Earth Society can readily ply pre-war 1940s big band charts with conviction and emotional commitment, they can also whip up a frenzy in the matter of such postmodern iconoclasts as John Zorn and Phillip Johnston. With a cracked aesthetic residing somewhere between Carl Stalling, Raymond Scott and Frank Zappa, the FES projects an in-your-face attitude. Founding composer Peter Vermeersch, formerly the leader of experimental Knitting Factory favorite X-Legged Sally, has covered everything from Louis Armstrong to the Residents with this lineup, as well as performing film soundtrack work. Psychoscout finds them exploring a varied set of original tunes that never lack invention.
The melodramatic screams interwoven into the furious free bop of the noir apocalypse ”Clusterthing” only begin to hint at the lunacy to come. “Hilton's Heaven” includes maniacal narration worthy of the surrealism of Fred Lane, and “Gulls and Buoys” blends vintage Henry Mancini with a powerhouse rhythm. “Edward, Why Don't You Play Some Blues” is an electric meltdown featuring the acidic skronk guitar of guest soloist Roland Vancampennout.
The title track is a blistering workout that defines the group's aesthetic, featuring contrapuntal horn charts, brassy fanfares, serpentine reeds, propulsive rhythms and boisterous solos. This is an acoustic big band with the energy of an electrified punk band. But much like punk, the group's enthusiasm and vigor is sonically accessible: it's never so extreme that it drifts into cacophonous excess.
“ Lie To Me” and “Waterman” drop the energy level a notch, convincingly demonstrating the massive groups capacity for tenderness and lyricism, if only briefly. “Snaggletooth” is the inverse, a postmodern excursion into stylistic chameleonism, complete with modulated tempos, genre changes and extreme dynamic shifts in volume and density.
There are few contemporary ensembles in modern music that quite fit into the same category as this energetic and zany outfit. As unique and virtuosic as it is creative, the FES has a sure-fire winner with Psychoscout. Be sure to check your sonic inhibitions at the door.

< terug naar menu

 

The Guardian - John L. Walters: Belgian composer Peter Vermeersch, formerly of X-legged Sally, knows how to make a big noise whatever the size of the band. Now, with the 14-plus members of Flat Earth Society, he can make an even bigger racket. “Big Band” can mean anything from the National Youth Jazz Orchestra to Lambchop, but this one makes a sound that's somewhere between the electric jazz of Acoustic Ladyland and an abrasive Dutch new-music ensemble such as Orkest de Volharding. Saxes honk, bass guitars rattle, brass broods: only Steve Martland or Mike Westbrook do anything like this in the U.K. Vermeersch's tunes are angular and engaging, with a strong dose of the blues on dramatic epics like Hilton's Heaven and Edward, Why Don't You Play Some Blues, a touch of flamenco on Lax and some spirited improvisation on the sole non-original, Uri Caine's Snaggletooth.

< terug naar menu

 

------------------

 

FES-isms

 

Scratchrecords.com: “Founded by clarinetist, saxophonist, composer/arranger Peter Vermeersch, Flat Earth Society has become one of Belgium’s most original bands on the jazz and avant-garde musical scene. Although the music of the 17 man FES has its roots in big band music, there is also a moment when the cleverly disguised humor and sarcasm shine through. FES greedily draws from influences such as swing, mambo, latin, chanson, cabaret, R&B and freestyle. Isms is a 19 track compilation showcasing tracks from previous FES albums (import only) as well as some unreleased material chosen by our own Mike Patton".

< terug naar menu

 

Allmusic.com - Sean Westergaard: Love him or hate him, Mike Patton has very eclectic taste in music, and he's putting his money where his mouth is with the Ipecac label. Earlier in 2004, he had licensed Eyvind Kang's beautiful Virginal Co Ordinates from the Italian I Dischi di Angelica label, now he turns to Belgium (!) to give wider exposure to the Flat Earth Society, a progressive big band formed from two defunct Belgian groups, X-Legged Sally and Fukkeduk. The resulting album, Isms, draws from their four prior releases and presents a band capable of everything from beautiful chamber jazz miniatures to slinky crime-theme jazz noir to driving rock rhythms. The shorter pieces tend to be cues from their Minoes soundtrack album, and often serve as interludes between longer pieces. As mentioned, several of the tracks ("O.P.E.N.E.R.," "Zonk," "De Zoekactie") could have been put to good use the theme for some crime drama. "Pune" sounds something like an Asian brass band with crazed galloping percussion and a manic kazoo solo that sounds something like Rahsaan Roland Kirk playing kazoo instead of flute. "Funeral & Binche" starts out like New Orleans funeral music, then shifts gears and becomes quite exuberant. "Ellemeet en de Katten" is a short but menacing piece that contrasts nicely with the moody, nocturnal bass, Rhodes, and vibes of "Tibbe Hoort Iets." The songs are all very approachable, but there's plenty of punch in the playing and soloing and great detailed arrangements. Fans of progressive jazz orchestras and big bands like Pierre Dørge's New Jungle Orchestra, Sun Ra, and even Frank Zappa should find a lot to enjoy here.

< terug naar menu

Pitchforkmedia.com - Matthew Murphy: At first glance, Mike Patton's noise-mongering Ipecac label may seem like an odd home for Flat Earth Society; then again, this avant-garde Belgian big band would seem like a misfit in any company.
Led by veteran composer and clarinetist Peter Vermeersch, Flat Earth Society are well-versed in a broad array of big band jazz vocabularies, and their music is an unruly confluence of Carl Stalling's "Merrie Melodies", Henry Mancini's cosmopolitan swank, and Sun Ra's cosmic slop-- all performed with the whiplash attention span of John Zorn's Naked City. The group's previous four albums have only been available in the U.S. at import prices; so on Isms, Patton has thoughtfully compiled 19 introductory tracks-- including a couple previously unreleased ones-- to help bring you up to speed with FES's brand of lunacy.
Due to the band's rambunctious nature each FES album displays multiple personalities, but Isms compounds this schizophrenia by drawing material from such distinctive records as 2002's Minoes, the soundtrack to a children's movie, and 2003's The Armstrong Mutations, on which the group re-interprets the works of Louis Armstrong. As a result this collection undergoes such violent mood shifts from track to track that you'll either be enthralled by FES's seemingly bottomless creativity or else you'll feel like you just spent an afternoon on the Tilt-A-Whirl after a heavy lunch of ketchup and mustard.
Like many European jazz acts, Vermeersch and FES draw as much inspiration from such 20th century composers as Stravinsky or Bartok (not to mention art-rockers like Zappa or Beefheart) as they do from the blues or other more traditional American sources. These artier influences are especially evident on some of the shorter orchestrated pieces from the Minoes soundtrack like the Morricone-esque "Minoes Op Boodschap" or the mischievously atmospheric strings of "Ellement En De Katten". But they also surface on longer songs like "Zonk" or "Trap", which emphasize complex, turbulent arrangements and strenuous group interplay over solos or individual virtuosity.
The group's size and membership fluctuate (There may be as many as 20 players on some tracks) but regulars like bassist Kristof Roseeuw, trumpeter Bart Maris, and tuba player Leonaar De Graeve consistently deliver memorable performances. Best of all might be the two tracks here from The Armstrong Mutations, the percussive-heavy "(Little) King Ink" and the woozy Preservation Hall stomp of "Funeral and Binche", both of which strike the ideal balance between reverence and radicalism while Vermeersch plays his horn as sweetly as Sidney Bechet. Hopefully fleeting interludes of near-perfection like these are enough to sustain you while you chase Flat Earth Society around hairpin turns on theirÊunending quest to capture the next hot moment.

< terug naar menu

 

------------------

 

The Armstrong Mutations

 

P-Magazine: Woorden schieten tekort om de kwaliteiten van deze cd te roemen! Dit is zowat de intelligentste, mooiste, opwindenste, spannendste en exuberantste mensenmuziek die ik de laatste tijd heb mogen horen.

< terug naar menu

 

Focus Knack: Armstrong Mutations is een plaat zonder compromissen, vol muzikale durf en kunde, en gespeeld door een bende die met zichzelf kan lachen. Kortom: niet te missen.

< terug naar menu

 

------------------

 

Trap

 

Humo:"(...) Het titelnummer Trap en O.P.E.N.E.R hadden bijvoorbeeld goede soundtracks voor een Amerikaanse gangsterfilm uit de seventies kunnen zijn. (...) Als nog maar 10 % van de mensen die naar Minoes zijn gaan kijken Trap kopen, hoort u ons de komende jaren niet klagen."

< terug naar menu

 

Focus Knack: "(...) Trap is een spookachtige, gewaagde plaat. Wat Vermeersch de luisteraar wil vertellen, is niet altijd duidelijk, maar het is allerminst vrijblijvend."

< terug naar menu

 

------------------

 

Minoes

 

Knack:"Een goed idee van regisseur Vincent Bal om Peter Vermeersch te vragen om de score van deze kattenfilm te componeren. De muziek is beweeglijk en onvoorspelbaar als een poes."

< terug naar menu


Filmkrant: "Zo zie je Minoes niet alleen in haar hoge hakjes over het dak sluipen, je hoort het haar ook doen in de vorm van een warme 'walking bass' en zachtjes over de bekkens trippelende drumstokjes. De gitaren klinken soms toepasselijk krols, de basklarinet spint behaaglijk als een raskat op een elektrische deken. En als kers op de slagroom permitteert Vermeersch zich af en toe een muzikaal grapje."

De film Minoes werd bekroond met o.a. het Gouden Kalf. Peter Vermeersch werd met de soundtrack genomineerd voor The World Soundtrack Awards 2002 voor het beste debuut

< terug naar menu

 

------------------

 

Larf

 

Rotterdams Dagblad:"Peter Vermeersch' composities pushen en drijven de voorstelling voort als jagende donderwind. Schitterende muziek."

< terug naar menu

De Standaard: "...een ronduit indrukwekkende batterij, die in brede energiestromen imponeert, in de stille momenten ontroert en op het eind iedereen besmuikt in eigen hart doet kijken. Een dwingende ervaring."

De voorstelling Larf van en met Josse De Pauw en Peter Vermeersch werd bekroond met de Océ Podiumprijs 2000. De cd is de live registratie van de voorstellingen in de Stadsschouwburg van Brugge.

< terug naar menu

 

------------------

 

Bonk

 

Oor:"De slimme blazerarrangementen doen af en toe herinneren aan zwierige circussen en zwoele nachtclubs (...) soms komen zelfs lang vervlogen Belgische avant-gardegroepen bovendrijven. (...) Een even karakteristieke als mooie plaat."

< terug naar menu

 

Knack: "Peter Vermeersch is een meester in het, bijna argeloos, citeren uit de muziekgeschiedenis. Waarschijnlijk de meest wendbare big band die er bestaat."

< terug naar menu

 

------------------

 

Live At The Beursschouwburg

 

De Morgen:"De muziek van FES klinkt speels en prettig gestoord: ze houdt het midden tussen jazz, cha cha cha, filmmuziek en frivole kermisdeuntjes. (...) Op dit live-debuut bewijst Flat Earth Society dat eenvoud ook complex kan zijn en dat ingewikkeld niet noodzakelijk synoniem is met navelstaarderig."

< terug naar menu

Knack:"Belgische big bands zijn wat duur geworden sinds de opkomst van de jukebox, maar subsidies en wild speelplezier doen soms wonderen. Een voorbeeld van dat laatste is The Flat Earth Society, een big band-achtige formatie van Peter Vermeersch. (...) Balorige satire gaat er samen met speelplezier, humor en technisch kunnen."

< terug naar menu

 

 

Revue Ravage

De Boot en de Berg

FES ft. Ernst Reijseger

Lincoln Center, New York

Cheer Me, Perverts!

Zilke

Modernski

De Oesterprinses

Heliogabal

London Jazz Festival

 

------------------------------------------------------------------------------

 

Revue Ravage

 

'Revue Ravage' is sotternie die vijftig jaar politieke geschiedenis verstaanbaar maakt voor jong en oud *****

(Guido Lauwaert - Focus.be, 23/03/15)

Een sublieme Josse De Pauw staat, omringd door kanonnen als Els Dottermans en Frank Focketyn, op de scène met een spelplezier dat groter is dan de vechtlust van een Syriëstrijder. Met de straffe, speelse tekst van Tom Lanoye en de anarchistische muziek van Peter Vermeersch levert dat een wervelend spektakel op.

 

Vanop het derde balkon is het moeilijk een goed zicht en gehoor te hebben op een voorstelling. Maar ja, dat komt ervan als je een dag voordien je mening hebt gezegd over het wel en wee in de KVS. Zolang die binnenskamers blijft, is dat niet zo erg. Gooi je die echter in de arena volgt er verbanning. Er zit echter voldoende wijsheid in het hoofd dat een nuchter verslag mogelijk is, en een voorstelling van een beleid gescheiden kan worden.

 

Een revue is een mix van dans, muziek en toneel. Op z'n best als er bij momenten vals gezongen wordt en dat dik in de verf wordt gezet, stuntelig gedanst en kreukelig geacteerd wordt. Revue Ravage van het triumviraat Tom Lanoye [tekst], Peter Vermeersch [muziek] en Josse De Pauw [regie] heeft het allemaal, met een extra schep spelplezier die groter is dan de vechtlust van een Syriëstrijder, voorzien van een extreme mate van geloof en geweld. De inzet spat de zaal in, verwarmt het publiek, zorgt voor open doekjes, ritmisch handgeklap. Aan tempo geen gebrek al mocht dat wat hoger liggen, maar na de rodage zal die wel de juiste vaart krijgen.

 

De kostumering past bij het gegeven zoals bij elk potje een dekseltje. Het enige wat vreemd is aan de voorstelling zijn de dalende en stijgende panelen, op de foto na van het monument ter ere van Tito, een socialistisch dictator uit een vorig millennium. Waren ze gaandeweg gesneuveld, door een machinist met twee artificiële linkse handen, zou dit de kernboodschap van het gegeven slechts versterkt hebben.

 

Antwerpen, Gent en Brussel

Zet Lanoye, Vermeersch en De Pauw samen en je hebt de Vlaamse Marx Brothers. Waar de Heilige Drievuldigheid ook voor staat, is dat zij de belangrijkste Vlaamse levenskernen vertegenwoordigen: Antwerpen, Gent en Brussel. Ideaal om van Revue Ravage een sotternie te maken om vijftig jaar politieke geschiedenis verstaanbaar te maken voor jong en oud. Lanoye die werkt en leeft in een drukkende fascistische omgeving, Vermeersch in een frivole anarchistische en De Pauw in een wereld zonder -isme. Op een hoop gegooid zorgen ze voor een broei-effect dat wetten en grenzen aan zijn laars lapt. Al zitten in de revue wel wetten en grenzen. Ze zijn er evenwel enkel ten bate van het effect. Om de lijn van het verhaal niet te laten verzanden en een duidelijke emotievolle evolutie aan te houden. Punt en contrapunt stonden duidelijk vanaf de eerste gedachte tot samenwerking van het trio op de voorgrond. Wat hen siert, maar wat niet meer dan normaal is, gezien hun theaterpassie. Toch kan het al eens fout gaan. Tussen droom en daad ligt een hobbelig parcours dat voor ontsporing kan zorgen. Dat is bij Revue Ravage niet het geval geweest. Een voorstelling vertelt niet alleen een verhaal, maar ook een scheppingsproces.

 

Partijkannibalisme

Het verhaal is doodeenvoudig. De neergang van een partij, en de meest voor hand liggende is de SP.a. In een halve eeuw heeft zij zichzelf opgevreten. Lanoye heeft niet veel studiewerk moeten doen. De partij heeft hem met een openbaar uitgesmeerd kannibalisme de pap in de pen gegeven. De aartsvader van de lijdensweg van de partij begint bij de legendarische socialistische leider Jos Van Eynde. Lanoye wijst daarop door hem zijn oorspronkelijk voornaam te geven, Joris. Maar ook andere partijleiders komen aan bod, met als mooiste voorbeeld de Leuvense Stoof en het elektrisch bijwarmertje, hun namen weet het kleinste kind.

 

Door er een liefdeshistorie aan toe te voegen komen ook Karel Van Miert en Carla Galle bovendrijven, de eerste minder zwaar dan de tweede. De wilde combinatie van liefde en politiek, spel en muziek met elkaar verweven, maakt dat Revue Ravage trekjes heeft van Bertolt Brecht [tekst], maar ook van Karl Valentin en Kurt Tucholsky, Kurt Weill [muziek] en Kurt Gerron [spel].

 

Een verrassend einde maakt de vreugde voor het publiek compleet. De verrassing is dubbel. Hij heeft twee gezichten: moord en woord. Over de moord geen woord, ten bate van het verrassingseffect; over het woord een moord: als alle ellende geleden is, blijkt die nog een vervolg te kennen. Alles blijft bij het oude, de kadavers van de partij herbeginnen als naar gewoonte, een nieuwe neergang tegemoet.

 

Wervelend spektakel

Josse De Pauw is in grote doen. Is werkelijk subliem als Joris [Jos] van Gils [Van Eynde]. Hij is zo sterk dat hij alle spelers meetrekt in een wervelend spektakel. Ze zijn kwalitatief zeer sterk, maar De Pauw zwiert hen naar een hoger echelon. De speelse, poëtische, bij momenten sardonische toneeltekst van Lanoye helpt een flink handje mee. Kers op de taart is de muziek van Vermeersch. In de composities buitelen tonaal en atonaal over elkaar heen, wat een kermisgevoel verwekt in een dolle tuin van luim.

 

Dolken en wolken

Door de door en door Vlaamse trekjes lijkt Revue Ravage enkel geschikt voor gebruik in eigen land. Niets is minder waar. Elk land heeft een partij die zichzelf de vernieling in werkt. Het beste voorbeeld is de PvdA, van Nederland, of course. Deze revue verdient dan ook een internationale tournee. En Revue Ravage toont aan, zoals al bleek bij Aristofanes, dat een komisch spektakel het beste voorbeeld is om de burger te laten inzien hoe het er in de democratische wereld aan toe gaat. In elk bedrijf, in elke instelling zijn er dolken en wolken, maar in de politieke partijen zijn ze scherper en zwaarder.

 

Chapeau Tom Lanoye, bravissimo Peter Vermeersch, au plateau Josse De Pauw.

< terug naar menu

 

'Meer honing, geen azijn!'

(Jan-Jakob Delanoye - Cutting Edge, 22/03/15)

Waar zijn de socialisten? Nu de politieke arena de pleitbezorgers van de onvoorwaardelijke solidariteit zo hard nodig heeft, maken ze zichzelf in de media monddood. Doorbomen over het voorzitterschap en brabbelen over hun toekomstige koers, terwijl de minder gefortuneerden in het hier en het nu vertrappeld worden - waar is de tijd van keiharde oppositie? Die lijkt verdwenen, meent ook Tom Lanoye. Geen wonder dat hij met 'Revue ravage' niet alleen prikken uitdeelt naar rechts Vlaanderen, maar vooral diep in de boezem kijkt van wat eens een verenigd links was. Een geschiedenis van gekonkel, een parade van grootheidswaan en eigenbelang: het beeld dat de schrijver ophangt van de partijpolitiek is verre van fraai.

Als stuk zit 'Revue ravage' fenomenaal in elkaar. Slechts een handvol personages heeft Lanoye nodig om de perversiteit van de macht te kentekenen. Een vaandeldrager die leeft bij de gratie van zijn zogezegde noodzakelijkheid voor de partij, een ondervoorzitter met hardnekkige aspiraties, een adviseur die verslaafd is aan wat hij in de coulissen weet te bedisselen en een mediageile mooiprater met dorst naar erkenning: stuk voor stuk zijn ze verziekt. Naast het politieke landschap, tekent Lanoye ook individuele portretten. Dat van een politicus die afstand moet doen van een imperium waarvoor hij geduldig gevochten heeft, bijvoorbeeld. Of dat van twee vrouwen die het slachtoffer van die strijd geworden zijn, omdat ze er hun dromen over gezinsgeluk en een carrière voor hebben opgeborgen.

Genoeg materiaal om een tragedie uit te puren, ware het niet dat ‘Revue ravage’ zijn titel waarmaakt. De ravage is alomtegenwoordig, maar Lanoye kiest wel degelijk voor ambiance. Hij verbindt de traditie van het amusementstheater met die van het socialisme, en voert terug naar een tijdperk waarin idealen nog in gezinsverband werden gefêteerd op de tonen van een blèrende fanfare. Die is inderdaad van de partij, in de hoedanigheid van Flat Earth Society: een bigband met niet één, maar vele hoeken af. Peter Vermeersch componeerde revue-muziek, de cast zingt zich (soms letterlijk) te pletter. Dat FES meer in zijn mars heeft, neemt niet weg dat onder meer het aan Debussy schatplichtige ‘Psalmodie de la solitude’ alleen door dit orkest zo gekscherend en tegelijk intens kan worden vertolkt.

Conceptueel is dit een grandioos stuk, dat even grandioze acteurs vergt om het dramatisch-menselijke en het burleske in evenwicht te houden. Josse De Pauw, Els Dottermans en Frank Focketyn hebben daar niet de minste problemen mee: stuk voor stuk maken zij een magistrale verbinding tussen het tragische spectrum en het komische. De rest van de cast blijft meer steken in het archetypische en dus onpersoonlijke dat aan Lanoye’s personages kleeft, hoewel niemand echt door de mand valt.

De statige regie rijdt zich in het begin wat klem met microfoons, maar naarmate de ravage meer en meer zichtbaar wordt, beantwoordt de vorm minder en minder aan de initiële schone schijn. Dat alles tegen de achtergrond van een verdwaalde monoliet, een amorf monument uit een vorig tijdperk, dat fel contrasteert met de bloei en de groei in haar omgeving. Een sterke metafoor voor een gespleten politicus die vergat dat aan alles eens een einde moet komen.

Ja, politiek kan een feest zijn. De idylle van samenhorigheid via een gedeeld ideaal, die lijnrecht tegenover de uitgeholde demagogie van het politieke mediacircus staat, wordt op scène bijna realiteit. Als hoop in het theater gestalte kan krijgen, maken we haar dan buiten de muren van de schouwburg waar?

< terug naar menu

 

'De politiek doet een striptease'

(Jan De Smet - De Morgen, 23/03/15)

Revue Ravage is gelaagd muziektheater dat door de actualiteit zelf besteld lijkt te zijn. Het publiek wordt ingepakt door de snedige tekst, de humor, de acteerprestaties en de meeslepende zangpartijen.

 

Een revue is niet altijd dolle pret en pluimen in het gat. Zeker, ook deze Revue Ravage heeft flink wat frivoliteit en bombarie meegekregen, maar het opzet reikt verder dan lichtvoetig amusement. Daarvoor zorgen de magistrale dialogen van Lanoye, die zijn personages in verbale boksmatches tegen elkaar laat uitkomen, met slagen boven en veel onder de gordel.

 

Joris van Gils is een door de wol geverfd politicus, een oude krokodil die zichzelf niet meer gelooft als hij de voorgekauwde praatjes van zijn spindoctor debiteert. Is zijn heimwee naar de camaraderie van weleer echt of fake? In de aanloop naar de verkiezingen vallen de peilingen echter tegen. Joris’ houdbaarheidsdatum is verstreken, maar zijn ego haalt het van zijn defaitisme. De keizer van het dienstbetoon en affairisme laat zich niet zomaar onttronen, ook niet door zijn eigen zoon Steven.

 

Sneer

De DNA-code van het politieke strijdtoneel blootleggen en ritselaars tot de veters afbranden: voor opiniemaker Tom Lanoye is het een verkwikkende bezigheid. Trefzeker fileert hij in sketchmatig opgebouwde scènes de achterkamertjespolitiek, de machinaties, het populisme en nepotisme, de kromspraak en het holle discours.

 

Tegelijk is Revue Ravage meer dan hedendaags politiek theater dat sneert naar de broederstrijd binnen de linkse kerk. Alle personages zijn grondig uitgewerkt en door de manier waarop ze zich tot elkaar verhouden, krijgt het stuk een universele dimensie. Al is Joris meer demagoog dan een fatsoenlijke pater familias, we zien in hem de klassieke tragische held die door het lot geveld wordt. Zijn pijn om zijn isolement is voelbaar. De zoon-vader-en moeder-zoonrelaties zorgen voor een freudiaanse insteek. “Wie gelooft die mensen nog?” is een boutade die niet opgaat voor de topcast die hier op de planken staat. Josse De Pauw, Eurudike De Beul, Els Dottermans, Frank Focketyn, An Miller, Nico Sturm en Willy Thomas zitten heel overtuigend in hun rol. Revue Ravage is acteurstoneel van de bovenste plank. De zangpartijen werden heel pragmatisch aangepast aan het stemvermogen van de acteurs. Els Dottermans schittert met haar solo ‘Ik ben een verrader’, waarin ze pakkend haar frustratie als minnares van zich afzingt.

 

Loeiend orkest

Heel aanwezig en dialogerend met de tekstpartituur is de compositie van Peter Vermeersch, knap uitgevoerd door de muzikanten van Flat Earth Society. Onder meer door de orkestrale inkleuring maakt de voorstelling haar opzet als revue waar en mag Lanoye zich de Bertolt Brecht der Lage Landen noemen. Revue Ravage vertoont weliswaar enkele manco’s. De panoramische zichten op de fotopanelen die op en neer gaan, voegen niets toe. Er is de afschrikwekkende openingsscène waarbij het lamento over de gsm niet boven het loeiende orkest uit komt. Moeilijk verteerbaar is de bevreemdende regiekeuze die De Beul met hoge kopstem zo kitscherig en geaffecteerd laat dialogeren met haar echtgenoot dat het grotesk wordt. Idem dito het compleet onverstaanbare zangstuk dat daarop volgt. Maar laat dat de pret vooral niet drukken.

< terug naar menu

 

'Nostalgie als energie'

(Wouter Hillaert - de Standaard, 23/03/15)

In welk decor plaats je de twijfels van een socialistische partijkrokodil? Revue Ravage speelt tussen de repen van een uitvergrote foto, die op en neer komen schuiven tussen de spelers vooraan en het orkest van Flat Earth Society achteraan. De foto toont een majestueus monument van Tito, vadertje Joegoslavië. Twee wiekende vleugels in beton kijken uit over het land, van op de rand van de afgrond. Dit decor zegt alles: het bestaat uit snippers van een socialistische utopie, verworden tot een geoliede machine van open neergang.

 

Lang trok partijvoorzitter Joris van Gils (Josse De Pauw) aan de touwtjes, maar hij is het kwijt. Zijn aloude retoriek doet zijn spindoctor hoofdschudden. Zijn vrouw en zijn maîtresse vragen hem ermee te kappen. Zijn partij stevent af op een historisch verlies. En zijn opvolging is een catch 22: zijn geniale zoon Sven voor de leeuwen gooien, of zijn grijze ondervoorzitter Guido van Brouckhoven euthanasie laten plegen op zijn levenswerk? Revue Ravage verbeeldt de zwanenzang van het linkse project.

 

De spetterende flair waarmee dat gebeurt, is haast pijnlijk om te zien. Niemand past zo statig in een pak waarvoor hij de maten niet heeft als De Pauw. Zijn wallen, zijn stem, zijn bast: allemaal hangen ze een etage lager dan weleer. Maar zijn kale kop knikt vitaal heen en weer op de muziek van Peter Vermeersch. In deze rol is hij zoveel meer dan de staande verteller van vanouds. De Pauw speelt de pannen van het dak.

 

Tegelijk biedt Revue Ravage ensemblespel zoals je het nog zelden ziet. Alle spelers zijn opperbest zichzelf, en maken elkaar zo nog beter. Willy Thomas, de verontschuldigende. Nico Sturm, el sympatico. Els Dottermans, het vlammende vuur. Frank Focketyn, de enige op aarde die naar beneden kan glimlachen. En Eurudike De Beul? Zij zingt wat ze wil zeggen, met gracieuze krullen in de leegte. De politiek is van de mannen, haar wonden likt de vrouw. Jammer dat Tom Lanoye zijn dissectie beperkt tot menselijk drama en politique politicienne. Er komt geen machtige slotrede die ons aanspreekt als samenleving. Ook van de historische revue krijgen we Nostalgie als energie niet de snedige commentaar, wel de wervelende liedjes. Zij zijn het die raken en die de zaal spontaan aan de klap krijgen. Op zijn beste momenten is Revue Ravage pure, schrille emotie. Wat van deze coproductie van KVS en NTGent vooral een topper maakt, is de confrontatie tussen behoud en vernieuwing. Die versplintert de partij, maar doet de schouwburg schitteren. Van vergeelde tradities als bigband, cabaret en ensembletoneel brouwt De Pauw weer één vat energie voor de hele gemeenschap. Politici voorop.

< terug naar menu

 

De Boot en de Berg

 

Els Vansteenberghe - Knack, 19/05/12

“De woorden vormen een twaalfdelige liedcyclus en zijn, net als Vermeersch’ muziek, in een bonkend, stuwend ritme geschreven. Zowel De Pauw als Van der Paal vuren hun woorden af als kogels: scherp en rakend. Al dat verbaal en muzikaal geweld krijgt tegenwicht van een verfijnd spel met filmbeelden van drijvend oceaanijs op het achterdoek van de scène.”

< terug naar menu

 

Dick van Teylingen - www.theaterkant.nl, 25/08/12

“Zo was de ondergang van de Titanic nog niet bekeken: als een liefdesgeschiedenis. Een machtige ijsberg maakt zich los van een gletsjer, op zoek naar vuur. Ze weet dat het grootste schip aller tijden haar kant op komt en hunkert naar een ontmoeting. De rest is geschiedenis. Boot & Berg is muziektheater met een uitstekende big band. (…)

 

De muzikanten (tien blazers, toetsen, bas en drums) roepen het gruizelige schuren en knarsen van ijs en steen beeldend op, zonder te vervallen in illustratieve filmmuziek. Sopraan Rolande Van der Paal kan tot ijle hoogten stijgen en zingt de rol van ijsberg met passie.”

< terug naar menu

 

Voorstelling over de Titanic met geniaal uitgangspunt

(Hein Janssen - De Volkskrant, 28/08/12 - 5 sterren)

Het theatrale concert is opgezet als een zinderend liefdesduet, met een expliciet seksuele lading, waarbij de berg smachtend wacht op het moment dat zij door de boot wordt doorboord. Daarmee gaat Boot & Berg ook over hoe een onmogelijke tot een vernietiging kan leiden. Dit gegeven, en de hoge kwaliteit van de artiesten, maakt dit tot een unieke ervaring.

< terug naar menu

 

 

FES ft. Ernst Reijseger - Jazz Middelheim, Antwerpen

 

Didier Wijnants - De Morgen, 21/08/12

Maar het openingsconcert van Flat Earth Society (****) was uiteindelijk het beste van de hele zondag. Peter Vermeersch had weer eens wat dwaze verhaaltjes bedacht, over muizen en koffietijd. Dwaas maar persistent: een dag later spoken ze nog in je hoofd rond. Net als de muziek, die zoals altijd bewust wat rommelig aandoet (maar vergis je niet: dit is zorgvuldig uitgekiend en voorbereid). Cellist Ernst Reijseger genoot zichtbaar van zijn gastoptreden in deze gekke bende.

< terug naar menu

 

Rinus van der Heijden - www.jazzenzo.be, augustus 2012

Had de organisatie maar gekozen voor Flat Earth Society als festivalafsluiter. Dan was zoals Middelheim dat jaarlijks gewend is, wederom het dak van de tent gegaan. Het Belgische gezelschap onder leiding van componist/klarinettist Peter Vermeersch bezit de gave om met vijftien mensen te klinken als de grootste big band uit de jazzgeschiedenis. Met dien verstande dat de muziek van Flat Earth Society heel wat verder gaat dan de veelal brave, georkestreerde composities van grote bigbandcomponisten. Bij de Belgen strijden humor, onvoorspelbaarheid, muziek uit alle delen van de wereld en vooral gedreven vakmanschap om voorrang.

 

Tsunami
Circusklanken, Zuidafrikaanse kwela, variété, Broadwayniemendalletjes, het vals-gedragene van klassieke opera, impressionistisch entertainment, krachtige jazz en wat al niet meer, het daalt als een tsunami op de luisteraars neer. Zij hoeven zich daar echter geen moment tegen te verzetten: FES verwart, verbrokkelt, maar zorgt er tevens voor dat het publiek gewoon weer netjes thuis geraakt.

 

FES had als gast cellist Ernst Reijseger uitgenodigd. Dan weet je het wel: de verwarring die de vijftien zo graag aanrichten, wordt door de Nederlander verder gecultiveerd. Soms raast hij op zijn cello als een hardrockgitarist door het klankbeeld, om op andere momenten krankzinnig strijkend de totaalklank naar onbereikbare verten te sturen. FES en Reijseger zorgden dan ook voor een van de topconcerten van Jazz Middelheim 2012. En zouden zoals gezegd, dé afsluiter zijn geweest voor het festival. De organisatoren mogen zich best bedenken dat de hekkesluiters echt niet altijd uit verre buitenlanden hoeven te komen.

< terug naar menu

 

Koen Van Meel - www.kwadratuur.be, 20/08/12
Met sommige muzikanten is het niet de vraag waarom ze samen gaan werken, maar wel waarom ze zo lang wachten om het te doen. Die ging zeker op voor de Nederlandse cellist Ernst Reijseger en de Flat Earth Society, de bigband die geen bigband wil zijn – die eigenlijk niets wil zijn en daardoor alle gedaanten kan aannemen. Zowel het orkest als de cellist beperken zich niet graag tot een stijl of idioom en hebben het lak aan strak afgebakende grenzen. Ze speelden voor het eerst samen in het kader van de laatste editie van Kulturama, eerder dit jaar en troffen elkaar opnieuw voor het openingsconcert van de vierde dag Jazz Middelheim.

 

De Nederlandse gast belandde meteen op de eerste rij van de band, tussen pianist Peter Vandenberghe en drummer Teun Verbruggen in, de rest van de band werd naar de achterste gelederen verbannen. Alles leek klaar te staan voor een uurtje Reijseger op FES, met de cellist als gastvedette. Dat was echter buiten de ambitie en de muzikaliteit van beide partners gerekend. De gemakkelijke weg is nooit die voor deze muzikanten geweest. Reijseger werd uitgespeeld als een deel van de band, alsof hij al jaren een op de loonlijst stond. De cello werd goed ingewerkt in het geluid dat daar met de knap uitgewerkte en gevarieerde composities weer alle mogelijkheden toe bood: de repeterende gelaagdheid van met de oosterse wendingen ‘Rich Man’s Blues’, het vleugje tango dat slechts een van de bestanddelen van ‘Tripped’ was of het Afrikaans gekleurde ‘Requela’.

 

Meer dan de virtuositeit van Reijseger viel vooral diens flexibiliteit op om zich in te passen in het rijke idioom van FES. Met subtiele pizzicato’s, breed gestreken lijnen en vrije klankeffecten vond hij zijn plaats in de groep, iets wat niet iedereen gegeven is, gelet op het bochtenwerk van FES. Dat liet een duet van cello en contrabas horen dat bij een eerste verschijning uitliep in een vrij zwevende passage met Bart Maris die met zijn trompet bellen blies. De herneming van het duet brak open in een min of meer geordende chaos, waarbij een klein motiefje genadeloos heen en weer geslingerd werd tussen de verschillende muzikanten. Op andere momenten waren de groepsimprovisaties helemaal vrij of kwamen de individuele musici als traditioneel improviserende solisten aan bod, waarbij opviel dat de muzikanten van FES solistisch veel sterker uit de hoek kwamen dan jaren geleden.

 

Het knapst bleef het concert echter in de collectieve momenten: strak uitgevoerde, opgefokte actiefilmmuziek, homogene composities als het nostalgische, donkere ‘Waterman’, maar vooral de van gedaante verwisselende stukken als ‘Domination of Black’ (tango noir goes circus) en ‘Broadway Boogie Woogie’ waarin eerst de beentjes losgegooid werden alvorens de groep een slaapkamerwals kon beginnen oppompen. De bekroning van deze laatste compositie was een hilarische tapdansdemonstratie van accordeonist Wim Willaert die later ook met een absurdistische spoken word nog even de aandacht naar zich toe zou halen. Eigenlijk was FES met Ernst Reijseger gewoon een FES-concert, met een extra muzikant in de gelederen. En zo mocht dat gerust zijn.

< terug naar menu

 

Guy Peters - www.enola.be, 20/08/12
Flat Earth Society bij 35°, op papier te veel van het goede (die zotten zijn immers op hun best als ze je met een kopstoot kunnen wakker schudden, niet als ze wat jennend porren bij lamlendig weer), maar dat bleek allemaal heel erg mee te vallen. Als het vijftienkoppige gezelschap zich eenmaal op gang trekt, dan dendert het nog altijd met een imposant volume, maar om de een of andere reden – gewenning of toch een handvol coherente(re) composities? – ging hun concert met cellovirtuoos Ernst Reijseger er zonder veel problemen in. De stukken beantwoordden nog steeds aan kapotgebruikte labels als ‘excentriek’, ‘carnavalesk’ en ‘schizofreen’, maar de collage-indruk van enkele vroegere concerten maakte deze keer plaats voor iets traditioneler materiaal.

 

Nochtans deelt het orkest nog steeds bruisende muilperen uit die volgestouwd zitten met staccato aanzetten en kromme grooves, explosieve passages en dreigende chaos. Reijseger zat prominent in de mix, maar was nooit te dominant, zich lustig inschakelend in het steeds verschuivende discours van het leger van aanvoerder Peter Vermeersch. Er zat ingetogenheid in (Reijseger en Roseeuw die het samen op een strijken zetten!), knipogen naar ouderwetse blaasmarathons (tenorsaxofonist Michel Mast kon zich eens lekker laten gaan), de power van pompende 70s soundtracks en de cool van The Lounge Lizards.

 

Het parcours van “Rich Man’s Blues” naar “Domination Of Black” was al behoorlijk bezopen en dan moest “Broadway Boogie Woogie” nog komen. Turboprogjazz tussen Hefti, Stalling, Zorn en zotte performance (inclusief dansje van accordeonist Wim Willaert). Reijseger was hier een stuk minder dominant dan bij De Beren Gieren eerder dit jaar, al heeft de kleurrijke omgeving daar alles mee te maken. Het leek plots helemaal niet zo verwonderlijk om hem die cello over z’n been te zien leggen, wat speeksel over de klankkast te zien smeren en wat te gaan rondhangen rond pianist Peter Vandenberghe. Het was niet de overrompelende ervaring van hen voor het eerst te zien, maar zelfs rond koffietijd blijft deze bende garant staan voor een brede glimlach op het gezicht van elke avontuurlijke jazzzot.

< terug naar menu

 

 

Lincoln Center, New York

 

Andrey Henkin - The New York City Jazz Record

(Juni 2011)

“We’re playing all of these tunes for the last time,” remarked clarinetist Peter Vermeersch, conductor and spokesperson for Belgium’s Flat Earth Society. He was speaking during the large ensemble’s premiere US performance at the David Rubenstein Atrium (May 19th), just two days before the heavily-advertised end of the world. This comment was very much in line with the group’s sardonic humor, naming songs after “our favorite dictators”, for example. The 15-piece group, a typical big band augmented by guitar, accordion and vibraphone (with the pianist also playing keyboard) offered up supremely coordinated madness, the likes of which American audiences more often expect from the Dutch.

But don’t forget that the two countries border each other and that Belgium itself is composed of two distinct ethnic groups. A similar dichotomy was in place musically: complex charts requiring intense focus leavened with low comedy. The audience certainly appreciated the latter though one wonders, given that this was a free concert, about the former. During the almost 90-minute set, the band performed Carla Bley’s “Musique Mecanique”, displaying what may be a more accurate foundation for their aesthetic, more so than, say, Willem Breuker’s Kollektief. And unlike that band, the personalities were subsumed, the overall sound most important.

The group was, world still existing, to perform as accompaniment to the film The Oyster Princess at the Museum of the Moving Image the next day, an intriguing notion.

< terug naar menu

 

 

Cheer Me, Perverts!

 

Bruno Bollaert - www.gentblogt.be, 27/04/09

Er werd links en rechts geclaimed dat FES –Flat Earth Society voor de vrienden– hun jongste bij hun ging komen voorstellen. Nu is FES het huisorkest van Vooruit, dus die anderen aantijgingen leken ons toch wat bij het haar getrokken. En jawel, Cheer me perverts (een anagram, en u mag raden waarvan) werd donderdag voor de eerste keer gespeeld voor een enthousiast publiek in de Theaterzaal.
In het voorprogramma speelde Paavo, een zweudsche groep, wiens debuutcd door het moederland als beste jazzalbum van dat jaar werd uitgeroepen. Gezellig, dat wel, maar wij waren niet zo overtuigd. De groep speelde een soort jazz dat ons iets té hevig terugvoerde naar de gepopulariseerde minimalistische muziek uit de jaren 80, en pakweg Meredith Monk. Waarschijnlijk zaten we gewoon met groot ongeduld op de hoofdschotel te wachten.
FES is altijd een beetje FEeSt –u vergeeft mij de woordspeling, maar ze zijn zelf begonnen met dat anagram. Maar kom, het feestelijk fanfaregevoel is nooit veraf met al die blazers. Voeg daar nog eens de fantastische humor bij en eigenlijk kan de avond al niet meer stuk. Met de nieuwe cd –de tweede op het Crammed label– heeft FES opnieuw mooi werk afgeleverd; typisch FES, vol spanning –dat liet zich goed vertalen op het podium. Ook gitarist Pierre Vervloesem laat duidelijk van zich horen, door het lawaai van de blazers heen.
Gaat dat zien, gaat dat horen, benieuwd of u net zo enthousiast bent als het publiek donderdag.

< terug naar menu

 

 

Zilke

 

Gebroken harten te koop
(Wilfried Eetezonne - De Morgen, 11/08/08)

Heeft Hemia last van een gebroken hart, dan zeker Zilke (3 sterren) in de gelijknamige musical van Walpurgis. Zilke (Charlotte Vandermeersch) kan zich het lot van mensen zo hard aantrekken dat haar hart breekt en ze sterft. Door het lied van de dood komt ze telkens weer tot leven. Door die gave zal ze in een gruwelijk circus belanden waarvan de bazin (Eurudike De Beul) de koningin van het worldwide entertainment wil worden. Rafaël (Geert Vandyck), een in verzen sprekende ondernemer die denkt dat met geld alles te koop is, zal Zilke uiteindelijk redden. Ze valt nog voor hem ook.
Judith Vindevogel regisseert de tekst van Pieter de Buysser, Dood en Ontwaken in Circus Ngemak, die duidelijk vragen stelt bij de emocultuur en de steeds hongerige entertainmentwereld die zelfs de puurste gevoelens kan verslinden. Dat ze dit doen in een musicalvorm, zorgt voor een ironische laag. Het stuk twijfelt nog teveel of het een sprookje wil zijn of niet en lijkt daarom uit evenwicht.
Peter Vermeersch componeerde in elk geval een prachtige score die dan weer jazzy is, dan weer bulkt van oosterse klanken. De muzikale kronkels passen perfect bij de bizarre ondertoon van het gebeuren net als de soms slimme, soms zeer flauwe lyrics. Maar nergens wordt Vermeersch te abstract. Dat het Flat Earth Society als orkest dient kan alleen maar een voordeel genoemd worden. Er wordt door iedereen uitstekend gespeeld en redelijk gezongen hoewel Walpurgis nogal pech had in Hasselt. Een kwartier voor de première barstte er nog een regenbui los en ook de speelplek was nogal krap bemeten.

< terug naar menu

 

Modern theater met parodie op musical en circus
(Hein Janssen - De Volkskrant, 01/09/08 – 3 sterren)

Volkomen zot, maf en mallotig - dat is de voorstelling Zilke, dood en ontwaken die in het Zeeland Nazomer Festival afgelopen weekend voor een welkome afwisseling zorgde in de serie voorstellingen over zware onderwerpen.
In een bos bij Goes heeft het Vlaamse gezelschap Walpurgis een tent neergezet en een grote tribune gebouwd, waarop zo'n driehonderd man kan plaatsnemen. In die tent wordt muziek gemaakt door de Vlaamse bigband Flat Earth Society en de artiesten van Walpurgis voeren een even absurd als obstinaat sprookje op.
Het is modern muziektheater, met lichte parodieën op een wereld van musical, entertainment en circus. Over het meisje Zilke, dat al sinds haar geboorte over de opmerkelijke gave beschikt een paar keer per dag dood te vallen, om daarna weer vrolijk verder te leven. Zij wordt aldus een circusact en komt terecht bij een sjofele artiestenfamilie, waarin twee zusjes een onwaarschijnlijke act doen met een grote flamoes, waarin hele kreeften en paraplu's verdwijnen.
In de Vlaams-absurdistische traditie van cartoonisten als Kamagurka en Topor is Zilke, dood en ontwaken muziektheater geworden met cartoonachtige allure. De tegendraadse composities van Peter Vermeersch worden door de Flat Earth Society fantastisch gespeeld. Dit is spetter- en tettermuziek van hoog niveau, soms langs grillige, onverwachte lijnen, soms sensationeel uithalend. Helaas blijft de tekst daarbij achter: de rijmelarij is wel erg plat, en je moet er tegen kunnen, tegen die Vlaamse hang alles bewust knullig en lullig uit te willen spelen.
Maar het publiek smulde ervan; de lachsalvo's waren niet van de lucht en na afloop werden de artiesten beloond met langdurig applaus en bravo's.
Het Zeeland Nazomer Festival heeft tot eind deze week een hit in huis, in een bos aan de stadsrand van Goes.

op de blog van Rolf Bosboom, journalist vanuit Zeeland:

Een eerste tip van de sluier die het Zeeland Nazomerfestival nog omhult, wordt dezer dagen opgelicht in Hasselt (B), tijdens het bezoekenswaardige festival Theater op de Markt. Daar is de productie Zilke te zien, over enkele weken een van de vier locatievoorstellingen tijdens het Zeeuwse festival. Plaats van handeling zal dan stadspark de Hollandsche Hoeve in Goes zijn. In Hasselt wordt het opgevoerd op een binnenplaats in de stad zelf, omzoomd door een klooster.
Zilke is een wonderlijke productie, een aanvankelijk vrijwel niet te volgen verhaal over het meisje Zilke dat meerdere malen per dag sterft om door de dood weer tot leven te worden gewekt. Haar moeder exploiteert haar door Zilke te verheffen tot circusact. Geleidelijk wordt duidelijk hoezeer alles als metafoor kan worden gezien, zonder dat die tot in detail wordt ingevuld.
Het stuk is een mengeling van circus, parabel, musical, variété en wat al niet meer, met vooral prachtige muziek van Peter Vermeersch, uitgevoerd door zijn Flat Earth Society. De mooie Charlotte Vandermeersch overtuigt in de titelrol. Niet iedereen zal met Zilke uit de voeten kunnen, maar het Nazomerfestival staat in elk geval een opmerkelijke, gedurfde productie te wachten.
Het was mooi om in Hasselt te zien hoe de nonnen af en toe de gordijnen openschoven om te zien wat er op het plein gaande was, maar al snel dachten zij er het hunne van en gingen een voor een de lichten uit, zeker na de uiterst scabreuze scène van 'Patsy Andersuitgedraaid' en 'Greet Van Dieperin'.

< terug naar menu

 

Wát wordt er nu geparodieerd, de kunst of het leven?

(Willem Nijssen - PZC, 01/09/08)

Naar het theater gaan, dat is bijna altijd een bewuste daad.
Er moet gepland, eventueel gereserveerd, speciaal gekleed misschien, in ieder geval op tijd vertrokken worden. Zelfs in de meest open geest moet dan toch stiekem een verwachting binnensluipen. En tijdens of achteraf moet daar dan weer iets mee gebeuren. Bevredigd, bijgesteld, opzij gezet. Getoetst.
Dagelijks werk voor een criticus. Soms zou het zoveel leuker zijn om geheel onverwachts een voorstelling tegen het lijf te lopen, onderweg naar de supermarkt of naar het werk, en daar dan kort of lang in op te kunnen gaan. Hem nooit vermoed te hebben, en misschien hem dan gewoon weer te vergeten. Alleen de tijd stond even stil. Zo'n soort voorstelling zou Zilke voor mij wel mogen zijn. Muziektheater, omschreven als 'een existentiële farce'.
De tijd staat stil, het leven gaat door. Terwijl ik het schrijf, besef ik dat het dát is wat de hoofdpersoon, het meisje Zilke, steeds meemaakt. Absurd gegeven.
,,Verschillende keren per dag breekt, overmand door mededogen voor het lijden van de mens, Zilkes hart en sterft zij, om even later door de genadeloze Dood weer tot leven te worden gewekt." Daar zit volgens haar radeloze moeder een circusact in, en daarom moet de weigerachtige Zilke ondergebracht worden in het kwakkelende circus van de grootouders. Samen met de Iraakse herder Abbas, op wie ze na weer zo'n wederopstanding juist verliefd is, wordt ze met dat doel gekidnapt. "Dan verschijnt plots Rafaël ten tonele, een jonge ondernemer die stapelgek is op Zilke en denkt met geld en liefde alles te kunnen kopen." Een waanzinnig melodrama met verrassende, onzinnige en onduidelijke afloop.
Elk circus heeft een orkest. Hier is dat Flat Earth Society, een 14-koppig gezelschap onder leiding van Peter Vermeersch. Makers van muziek die eigenlijk niet te omschrijven valt. Jazz, rock, opera, alles valt er wel in te herkennen. Pure improvisatie, naar het lijkt, maar waarschijnlijk toch met een knappe partituur. Geen minuut is het stil of rustig op de scène. Opzwepende circusmuziek, melodramatische opera, vrolijke jazz om heel dat zotte verhaal met een expressionistische schwung neer te zetten.
En zot wordt het, zo af en toe. Kolderiek hoogtepunt is de onverbloemd seksuele show van de twee assistentes van de verlopen goochelaar Bernard. Patsy Andersuitgedraaid en Greet Van Dieperin. Diep er in, dat gaan ze zeker. Poëtischer is de show van herder Abbas met zijn zeven geitjes. Géén geitje te zien, en toch zijn ze er alle zeven, met hun kunstige sprongen, óver hun baasje, dóór de hoepel...
Er voltrekt zich een koningsdrama, in aantal lijken grootser dan de Hamlet, maar aanzienlijk komischer en onnozeler dan zijn grote voorbeeld. Zilke is één grote parodie. Dat wéét je. Zelfs als je niet eens meer weet wát er nu eigenlijk geparodieerd wordt, de kunst of het leven. Dat zou je misschien wel graag wíllen weten, maar dat zal zo simpel nog niet zijn.
Tijdens het schrijven van deze recensie zit ik te luisteren naar de muziek van Flat Earth Society (www.fes.be, klikken op 'beluisteren Answer Songs' voor een aantal boeiende fragmenten) en heb ik al volop spijt dat ik mijn oren niet beter heb gebruikt. Wat heb ik allemaal gemist, door vooral op mijn ogen te vertrouwen? Je hebt ze álle vier (en zeker die eerste twee) hard nodig, tijdens deze Zilke. Pak ze mee! En het vrolijkst zal je er van worden als je je verwachtingen voor één keer thuis laat. Gewoon, per ongeluk vergeten...

< terug naar menu

 

Morbide Belgisch sprookje
(Anneriek De Jong - NRC Next, 01/09/08) ****

Tussen de bomen hangen slingers van kleurige lampjes. Zilke wordt gespeeld op een feeërieke plek. Het Vlaamse muziektheatergezelschap Walpurgis is neergestreken aan de rand van Goes, in een park met oude perelaars en vroege nachtegaaltjes. Maar zo vredig als het daar in de avondschemering oogt, zo grimmig klinkt het verhaal van Zilke.
Het meisje met de op het Vlaamse verkleinwoord van 'ziel' lijkende naam, lijdt aan een vreemd symptoom. Verschillende keren per dag breekt haar hart, uit medelijden met het lot van de mensen. Maar steeds wekt de dood Zilke weer tot leven. Ja, librettist Pieter de Buysser schreef een morbide sprookje. En componist Peter Vermeersch leverde er wilde muziek bij.
Muziek die van klassiek melodisch tot het meest burleske gaat, van heel verheven tot uiterst banaal. De big band Flat Earth Society, die vooral uit blazers bestaat, toetert er op los terwijl Zilke zingt. Haar vertolkster Charlotte Vandermeersch heeft een lyrische alt en draagt een groen, bijna buitenaards pakje.
Helaas buit Zilkes moeder de gave van haar dochter uit. Het meisje dat dood en ontwaken in zich verenigt, moet tegen haar zin naar het circus. Daar treedt ze op temidden van ranzige acts en 's nachts wordt ze in een kooi opgesloten.
Wat de makers met dit alles bedoelen blijft enigszins raadselachtig. Kritiek op de entertainmentindustrie, die onschuldige zielen koopt, zit er zeker bij, maar belangrijker nog is de artistieke vrijheid die de mengeling van circus, rariteitenkabinet en variététheater biedt. Regisseur Judith Vindevogel leeft zich uit in groteske figuren en schrille, bonte beelden. De tekst rijmt, het ritme klopt, de spanning houdt lang aan. Het Zeeland Nazomerfestival zindert - een paar dagen nog.

< terug naar menu

 

Op de blog van Rolf Bosboom, journalist vanuit Zeeland

Een eerste tip van de sluier die het Zeeland Nazomerfestival nog omhult, wordt dezer dagen opgelicht in Hasselt (B), tijdens het bezoekenswaardige festival Theater op de Markt. Daar is de productie Zilke te zien, over enkele weken een van de vier locatievoorstellingen tijdens het Zeeuwse festival. Plaats van handeling zal dan stadspark de Hollandsche Hoeve in Goes zijn. In Hasselt wordt het opgevoerd op een binnenplaats in de stad zelf, omzoomd door een klooster.
Zilke is een wonderlijke productie, een aanvankelijk vrijwel niet te volgen verhaal over het meisje Zilke dat meerdere malen per dag sterft om door de dood weer tot leven te worden gewekt. Haar moeder exploiteert haar door Zilke te verheffen tot circusact. Geleidelijk wordt duidelijk hoezeer alles als metafoor kan worden gezien, zonder dat die tot in detail wordt ingevuld.
Het stuk is een mengeling van circus, parabel, musical, variété en wat al niet meer, met vooral prachtige muziek van Peter Vermeersch, uitgevoerd door zijn Flat Earth Society. De mooie Charlotte Vandermeersch overtuigt in de titelrol. Niet iedereen zal met Zilke uit de voeten kunnen, maar het Nazomerfestival staat in elk geval een opmerkelijke, gedurfde productie te wachten.
Het was mooi om in Hasselt te zien hoe de nonnen af en toe de gordijnen openschoven om te zien wat er op het plein gaande was, maar al snel dachten zij er het hunne van en gingen een voor een de lichten uit, zeker na de uiterst scabreuze scène van 'Patsy Andersuitgedraaid' en 'Greet Van Dieperin'.

< terug naar menu

 

------------------

 

Modernski

 

'Muzikale koekoekseieren'
(Karel Van Keymeulen - De Standaard, 22/01/09)


BIG BAND FLAT EARTH SOCIETY SPEELT MUZIEK DIE NIET VERGETEN MAG RAKEN.

Met het programma 'Modernski' gooit Flat Earth Society, de onnavolgbare big band geleid door Peter Vermeersch, zich op een uiteenlopend repertoire, met werk van Stravinsky, Mauricio Kagel, Ennio Morricone en eigen stukken.

 

'De aanzet om Modernski in elkaar te steken, was een vraag van Mark Delaere van het Festival van Vlaanderen- Vlaams Brabant om het Ebony Concerto van Stravinsky te spelen', vertelt componist en bandleider Peter Vermeersch. 'Stravinsky schreef dat concerto voor de beroemde big band van Woody Herman en klarinettist Benny Goodman tijdens de gloriejaren van de swing.'

'Het is een van de meest geslaagde voorbeelden van een wisselwerking tussen klassiek en jazz. Klassieke componisten die met jazz aan de slag gaan, knoeien wat met blue notes, maar het komt het nooit uit de buik, zoals echte jazz. Een beetje zoals operazangeressen die gospel zingen. Dit blijft Stravinsky. Het zit heel gewiekst in elkaar. Door het te spelen en te ontleden leer je zijn trucs. Het is echt geweldig. Ik ben een fan van de componist. Onlangs ben ik in het Paleis voor Schone Kunsten voor het eerst gaan luisteren naar zijn Sacre du Printemps, gespeeld door de Berliner Philharmoniker. Het was geweldig.'

Een tweede hoofdmoot vormt een werk van Mauricio Kagel, Zehn Märsche, um die Sieg zu verfehlen. 'Dat zijn tien marsen van ongeveer drie minuten. De essentie van een mars zit erin. Al is het natuurlijk iets complexer. Maar je mag ze spelen met gelijk welk orkest. Kagel wilde dat het zou klinken als een valse verkouden dorpsfanfare. Een kolfje naar onze hand. We bouwen het wat op zoals muziektheater. We spelen drie marsjes, stoppen er een toespraak van Josse De Pauw uit onze productie Larf tussen, en ook Non loin de la Chine van Ennio Morricone. Die vrijheid krijg je als uitvoerder. Het is immers een stuk dat protesteert tegen dictaturen. Kagel, een Zuid-Amerikaan, schreef het in 1978. Toen liepen daar nog aardig wat dictators rond.'

'We gaan op zoek naar koekoekseieren in de twintigste-eeuwse muziek. Meestal muziek die op partituur staat, maar die weinig wordt gespeeld of vergeten is. Zoals het stuk Intersections van Tom Dissevelt, bassist van het vermaarde radio-orkest The Skymasters. Hij schreef bijna alle arrangementen voor die band en één volledig eigen werk in 1960. Hij heeft er zelfs een krakkemikkige opname van gemaakt en er elektronische effecten in gestopt. Het was voor ons een hele ontdekking, een beetje zoals Paul Van Nevel een oude polyfonische meester ontdekt.'

'We doen voorts ook nog iets met Stop Rag Time van Scott Joplin en vullen het programma voor de rest aan met eigen stukken, onder meer als tegengewicht voor de marsen.'

Het valt op, Vermeersch valt nooit stil. Is het niet met Flat Earth Society, dan is hij aan de slag als producer van bands als Het Zesde Metaal of Madenseyu of werkt hij voor film of theater.

'Vorig jaar heb ik amper twee dagen vakantie kunnen nemen', vertelt hij. 'Ik schreef muziek voor My Queen Karo, een film van Dorothée van den Berghe die straks in première gaat. Het is een schets van Amsterdam in de jaren zestig en zeventig, gezien door de ogen van een negenjarig meisje dat in een commune werd opgevoed. Het leven was er voor zo'n meisje veeleer een hel. Ik kon goed mijn gang gaan omdat die personages veel naar muziek luisteren en dan nog vaak free jazz. Eind dit jaar schrijf ik iets voor theatergezelschap Ceremonia.'

In april verschijnt een cd van Flat Earth Society met nieuw werk. Eind dit jaar volgt de release van Answer Songs. 'Dat zijn songs geschreven door allerlei musici en tekstschrijvers, antwoorden op bestaande songs', zegt Vermeersch. 'Daarnaast zoek ik voortdurend werk voor de band. Ik wil weer iets doen met stille films. Ik broed ook op een plan om in 2012 iets te maken rond de honderdste verjaardag van de ondergang van de Titanic, omdat ik een prachtig boek las over de ijsberg waartegen de Titanic botste. Die ijsberg was twee jaar onderweg voor hij de Titanic ramde en weer rustig verder ging. De Titanic zie ik als een metafoor van menselijk hoogmoed. Vandaag zijn alle ijsbergen trouwens aan het smelten.'

Maar eerst wil Vermeersch vooral wat uitblazen en meer klarinet spelen. 'Daar neem ik nu te weinig tijd voor. De dag is alweer voorbij en ik ben vergeten klarinet te spelen.'

< terug naar menu

 

------------------

 

De Oesterprinses

 

Flat Earth Society bezorgt stomme film een stem

(Brecht Ranschaert – De Standaard 10/10/05)

 

Met milde gekte schiep de Flat Earth Society een sfeer van satire en absurditeit.

Met pretentieloze flair maakte componist Peter Vermeersch leuke muziek bij de groteske film De Oesterprinses.
Ondersteunt filmmuziek de film, of is het omgekeerd? Zeker bij een stomme film liggen de rollen niet altijd even duidelijk vast. Peter Vermeersch, drijvende kracht achter de Flat Earth Society, schreef nieuwe muziek voor De Oesterprinses , naar verluidt een juweeltje van cineast Ernst Lubitsch uit 1919.

Een juweeltje? "Het is een groteske, onnozele prent, en de muziek moet dat volgen'', zegt Vermeersch. "Zoals de muziek in de oude Tex Avery-tekenfilms de beelden meestal versterkte met accenten en klanknabootsingen, doe ik dat ook bij De Oesterprinses . Maar doordat het een stomme film is, had ik meer vrijheid. Af en toe konden we ervoor zorgen dat de film de muziek diende, en niet omgekeerd.''

Met pretentieloos, frivool plezier bootsten Vermeersch en zijn Flat Earth Society de klank van een snurkende man na of werden vallende vazen begeleid door knallende uithalen van het orkest. Op andere momenten volgde de muziek vooral de sfeer van de film. Maar nooit nam het beeld volledig de overhand op het geluid: dat de mooiste filmmuziek diegene is die je niet hoort, gelooft Vermeersch niet. De stiltes die af en toe vielen, dienden vooral om de muziek nadien des te steviger te kunnen inzetten.

Die Austernprinzessin is een satire op de nouveaux riches van het begin van de twintigste eeuw. In het vederlichte verhaaltje wil de rotverwende dochter van de Oesterkoning van Amerika zo snel mogelijk trouwen. Een huwelijksmakelaar krijgt daar een pak geld voor en duikelt uit zijn aanbod een nogal slonzige prins op – "Voor deze prijs scheelt er aan elke huwelijkskandidaat wel iets, mevrouw'', is zijn verdediging. Maar in al haar ongeduld trouwt de Oesterprinses per ongeluk met de knecht van de prins.

Dit vroege werk van de legendarische Duitse cineast Ernst Lubitsch zit vol absurde humor. De handicap van de stomme film werd door Lubitsch opgelost doordat hier en daar, tussen de scènes door, een zin geprojecteerd werd die door een van de personages gezegd werd. Af en toe ook was er plaats voor een dikwijls hilarische situatieschets, zoals "Tijdens het bruiloftsfeest breekt plots een foxtrot-epidemie uit''.

Die sfeer van satire en absurditeit werd feilloos naar muziek omgezet door de Flat Earth Society. Het ensemble is van nature al prettig gestoord, en laat zich weinig leiden door conventies binnen de muziek. Ook in hun jazzprojecten durven ze ver gaan, steeds met erg veel humor in de muziek.

Het indrukwekkendste aan het project, en waarschijnlijk het moeilijkste aspect ook, was de erg goede synchronisatie tussen klank en beeld. Een filmcompositie, zeker in dit genre, moet zodanig gekneed worden dat de muzikale accenten perfect samenvallen met wat er op het scherm gebeurt, maar tegelijkertijd moet het natuurlijk blijven klinken.

En niet alleen de compositie moest gekneed worden, ook het orkest zelf. De muzikanten van FES zijn het niet gewoon om tezelfdertijd een partituur te lezen én naar een dirigent te kijken. Dat ze dat hier toch klaarspeelden, toont het enorme vakmanschap van de groep en de componist. En als het af en toe toch ietwat misliep, dan wijten we dat graag aan de milde gekte die altijd rond de Flat Earth Society hangt.

Flat Earth Society. De Oesterprinses. Gezien in Vooruit, Gent, op 7 oktober.

 

< terug naar menu

 

------------------

 

Heliogabal

 

New York Times: Mijnheer Vermeersch score, ver verwijderd van de gehistoriseerde big-band klank die je tegenwoordig meestal hoort in de Verenigde Staten, klonk fris, inventief en geestig.

< terug naar menu

 

Volkskrant (Nl): Een trompet die niet goed durft, een saxofoon die kreunt en zwoegt, tot de rest invalt en de muzikanten alles uit hun instrumenten halen. De vrolijke kakafonie gaat over in een swingend ritme en wat een circusorkest leek, verandert in een volmaakte bigband.

< terug naar menu

 

------------------

 

London Jazz Festival

 

Flat jazz...not at all

(Ivan Hewett - Telegraph, 21/11/2007)

A band called Flat Earth Society sets you up for something determinedly against conventional wisdom, and this “cult Belgian band” of 13 players is certainly that. They come on to the cramped Purcell Room stage with artful casualness, two or three of the band breaking into a number (or possibly three different numbers) before the rest have arrived. The accordion player Wim Willaert picks up a wine glass and plays a note on it. It’s all cheerfully anarchic. Looking at this lot, you can understand why forming a government in Belgium might be tricky. But this is just a front for a big band that’s as tight and together as any I’ve seen. They’re led by clarinettist Peter Vermeersch, who also composes and arranges most of the band’s material. It’s soon clear what moves him musically. He loves blues and gospel, he loves old film noir, he loves Quincy Jones. But there’s a political heat there too. In Ich, Bin, George, Vermeesch pokes fun at American military music, and in another number Willaert takes on the role of Dr Goebbels, who keeps interrupting the band’s natural style to “correct” it, until all we’re left with is a relentless military beat. This is funny (and not just a fantasy, as Goebbels did in fact try to encourage a form of “Aryan” jazz), but it’s in pretty dubious taste, too. At one level, everything the band does is in bad taste. The music is full of bizarre and shocking juxtapositions, as in Without, which has a weird combination of a neon-lit muted trumpets and moody piano with strange fluttering sounds on clarinets. But, once you’ve got over the sheer oddity, the juxtaposition becomes poetic, though in a surreal way. It’s as if a night scene in a Raymond Chandler novel were suddenly invaded by a flock of seagulls. Vermeesch’s approach is risky, which is what makes it so energising. The chasm between the hectic drilled brilliance of the big band moments, and the sudden silences and strange “spacey” sounds that intersperse them is vast, and Vermeesch’s music could simply disappear down it. What saves it is the band itself. It’s the presence of some big personalities with virtuoso improvising skills that binds the whole experience together. Most extraordinary among them is the multi-instrumentalist and singer Tom Wouters, who on this showing must be one of the most talented musicians alive.

< terug naar menu

 

John L Walters - Guardian (22/11/2007)

Flat Earth Society, a tight 15-piece band led by clarinettist and composer Peter Vermeersch, late of X-Legged Sally. Two brilliant sets confirmed how accomplished they are, twisting rapidly from theatrical bombast to tenderness, collective improv, mad movie-chase music and back to swinging anthems such as Gulls & Buoys and, er, Anthem 2004. Wet is Wet presented jazz as envisaged by Goebbels. Vermeersch grins impishly, like a young Daniel Libeskind, as he directs his close-knit ensemble. He is a monster talent, with an outrageously original band.

< terug naar menu